Molenaar aan het woord

Justin Siebert


“Molenaar zijn was mijn lust en mijn leven”

“In oktober 1988 deed ik het molenaarsexamen van De Hollandsche Molen. Kort daarop begon ik op molen De Haas in Benthuizen. Op die korenmolen, die rond 1800 in het bezit was van verre voorfamilie, is ook mijn vader molenaar geweest. Later is hij molenaar geworden op zaagmolen De Salamander in Leidschendam. Eind 1990 kwam ik op de Groenendijksemolen, daar heb ik 14 jaar als vrijwillig molenaar gewerkt. In 1995 heb ik voor mijn inzet de Gouden Molenwiek van de Rijnlandse Molenstichting gekregen.

Molenaar zijn was mijn lust en mijn leven. Ik gaf ook instructie op de molen aan vrijwillig molenaars in opleiding. Verschillende leerlingen zijn later op de molens van de Rijnlandse Molenstichting terecht gekomen. Hoewel ik nu geen molenaar meer ben, kom ik nog regelmatig op molens. Mijn hele kennissenkring zit er zo’n beetje. Het blijft ook altijd kriebelen. Maar de wens om op een molen te wonen heb ik nooit gehad. Een rustig huis is wel zo comfortabel. Met slecht weer is er veel beweging in een molen. En sommige molens zijn ook vrij slecht bereikbaar.

Van huis uit ben ik interieurbouwer. Nog steeds werk ik met hout. Molens en hout hebben natuurlijk alles met elkaar te maken. Veel molenaars hebben er hun werk in, bijvoorbeeld als molen­restaurateur.

Mijn ene hobby heeft ook weer met molens te maken. Ik verzamel ansichtkaarten van molens. De andere hobby is genealogie, voorouderonderzoek. Ik ben nu bezig met onderzoek aan moederskant. Ook daar speelde hout een belangrijke rol. Het was van oorsprong een echte kuipersfamilie. Kuipen gebruikten ze vroeger voor van alles. Ze maakten er kaas in, gebruikten kuipen als wastobbes, sloegen er zoute haring in op of bewaarden er olie en verfstoffen in. Leuk om te zien hoe sommige dingen door de tijd heen blijven bestaan.”

AH

Molenaars aan het woord